Home › Prevalentie

Prevalentie transgenderidentiteit in Nederland

Wat schatten Nederlandse bronnen voor het aandeel van de bevolking dat zich als transgender identificeert?

Korte definitie

Het CBS schatte in 2024 op basis van de Veiligheidsmonitor 2023 dat ongeveer 1 procent van de bevolking van 15 jaar en ouder, zo'n 151 duizend mensen, zich rekent tot transgender of non-binair/genderqueer (bron); andere schattingen lopen uiteen, afhankelijk van definitie en meetmethode. Onder adolescenten zijn de cijfers in zelfrapportagestudies aanzienlijk hoger. Verwijzingen naar het Kennis- en Zorgcentrum voor Genderdysforie (Amsterdam UMC) zijn sinds 2010 sterk gestegen.

Trends

De cijfers achter prevalentie transgenderidentiteit nederland laten een sterke stijging zien sinds ongeveer 2010, met een opvallende verschuiving van een traditionele meerderheid mannelijk geboren naar een meerderheid vrouwelijk geboren adolescenten. Volgens Smeehuijzen e.a. groeide het aantal aanmeldingen van jongeren tussen 2000 en 2012 geleidelijk van zo'n 10 naar 50 per jaar, verdubbelde het in 2013 en stonden er in 2023 zo'n 2050 jongeren op de wachtlijst (bron). In Amsterdam kwamen er in 2018 op elke als jongen geboren jongere 2,9 als meisje geboren jongeren (bron).

Internationale vergelijking

Vergelijkbare patronen worden gerapporteerd in Zweden, Finland, het VK (GIDS) en de VS. De Cass Review schrijft dat de verschuiving van als jongen naar als meisje geboren jongeren anders is dan bij trans presentaties in enige eerdere periode (bron).

Cijfers per invalshoek

De prevalentievraag valt uiteen in vier metingen die in het publieke debat regelmatig door elkaar lopen. Onderstaande pagina's nemen elk meting afzonderlijk uit elkaar.

Cijfers CBS en Amsterdam UMC

De twee Nederlandse hoofdbronnen, met hun verschillende definities (zelfrapportage vs. zorgaanmelding) en wat ze wel en niet meten.

Prevalentie internationaal

Hoe Nederlandse cijfers zich verhouden tot Zweedse, Finse, Britse en Amerikaanse data — en waarom directe vergelijking riskant is.

Verhouding jongens en meisjes

De omkering van de geboorte-sekse-verdeling sinds 2010: van mannelijk-overheersend naar vrouwelijk-overheersend bij adolescenten.

Toename aanmeldingen jongeren

De sterke stijging bij genderklinieken sinds 2010 — volgens Cass veel sneller dan bij de normale ontwikkeling van acceptatie van een minderheid te verwachten is.

Mogelijke verklaringen

Vier mogelijkheden worden in de literatuur besproken: betere zichtbaarheid van een bestaande populatie, ontmaskering door verbeterde diagnostiek, sociaal-besmettelijke verspreiding via online communities (Littman 2018), en diagnostische verbreding waardoor meer adolescenten onder de noemer vallen. De Cass Review schrijft dat grotere acceptatie een deel van de stijging kan verklaren, maar dat de exponentiële toename in vijf jaar veel sneller is dan bij de normale ontwikkeling van acceptatie van een minderheid te verwachten is, en dat genderincongruentie voortkomt uit een samenspel van biologische, psychologische, sociale en culturele factoren (bron).

Persistence en desistance

In de studie van Steensma e.a. (2013) bleef de genderdysforie bij 47 van de 127 kinderen (37 procent) bestaan (bron); volgens de Cass Review lag de persistentie in vroege studies rond 15 procent en in latere tussen 10 en 33 procent (bron). De Vries (2014) is veel geciteerd voor positieve uitkomsten van het Dutch Protocol, maar Biggs (2023) bekritiseert de methodologie. Volgens de Gezondheidsraad (2026) stopte in zes Nederlandse studies 0 tot 3,5 procent van de jongeren met remmers en 0 tot 2 procent met hormonen; internationaal liep dat volgens vijf systematische reviews uiteen van 0 tot 8 procent, en definitieve conclusies over spijt zijn door korte follow-up en uitval niet mogelijk (bron).

Beleidsbetekenis

De cijfers vormen de empirische rugdek van richtlijnherzieningen. Wanneer de patiëntenpopulatie demografisch fundamenteel verandert, kan onderzoek op de oude populatie niet zonder meer naar de nieuwe worden geëxtrapoleerd. Dit punt is door SBU, Cass en COHERE expliciet benoemd als reden om de gehele evidentiebasis opnieuw door te lichten.

Context binnen het transgenderdebat

Dit onderwerp staat niet op zichzelf. De Cass Review (2024), het NICE-evidence-review (2020, 2021), SBU (Zweden, 2022) en COHERE (Finland, 2020) bieden samen het overzicht waarbinnen vrijwel elk thema rond transgenderidentiteit moet worden geplaatst. Hun gezamenlijke conclusie is dat de evidentiebasis voor medische transitiebehandelingen bij minderjarigen zwak is en dat psychosociale zorg eerste lijn moet zijn. Wie alleen naar afzonderlijke studies kijkt, mist deze convergentie van internationale conclusies.

Bronnen

  1. Cass H. Independent Review of Gender Identity Services for Children and Young People: Final Report. London: NHS England; 2024.
  2. Steensma TD, McGuire JK, Kreukels BP, Beekman AJ, Cohen-Kettenis PT. Factors associated with desistence and persistence of childhood gender dysphoria: a quantitative follow-up study. J Am Acad Child Adolesc Psychiatry. 2013;52(6):582-90.
  3. de Vries ALC, McGuire JK, Steensma TD, Wagenaar ECF, Doreleijers TAH, Cohen-Kettenis PT. Young adult psychological outcome after puberty suppression and gender reassignment. Pediatrics. 2014;134(4):696-704.
  4. Littman L. Parent reports of adolescents and young adults perceived to show signs of a rapid onset of gender dysphoria. PLoS ONE. 2018;13(8):e0202330.
  5. CBS. Hoeveel lhbtqia+-personen telt Nederland? Statistische Trends, 2024.

Laatst herzien op 17 mei 2026 • Redactie Stichting Genderinfo i.o.