Home › Begrippenlijst
Begrippenlijst transgenderidentiteit
Korte, neutrale omschrijvingen van de termen die je op deze site tegenkomt, met verwijzing naar het bijbehorende artikel.
Hoe te gebruiken
Deze lijst is een naslagwerk, geen volledige theoretische bespreking. Voor elke term linken we naar het uitgebreide artikel waarin de term in context wordt beschreven. Termen staan alfabetisch.
- Affirmatieve zorg
- Behandelmodel waarin de door de patiënt aangegeven genderidentiteit als uitgangspunt wordt genomen, met sociale, hormonale en/of chirurgische stappen. In meerdere landen (VK, Finland, Zweden) recent herzien — zie Cass Review.
- Autogynefilie
- Term uit de typologie van Blanchard (1989) voor seksuele opwinding bij de gedachte aan zichzelf als vrouw. Onderdeel van het Blanchard-model; controversieel en in literatuur breed bekritiseerd.
- Cisgender
- Term voor mensen wier genderidentiteit overeenkomt met het bij geboorte vastgestelde geslacht. Tegenhanger van transgender. Zie Cisgender, betekenis.
- Comorbiditeit
- Het gelijktijdig voorkomen van twee of meer aandoeningen bij één persoon. Bij transgenderidentiteit worden veelvuldig autisme, ADHD, depressie en angststoornissen beschreven. Zie Comorbiditeit.
- Desistance
- Het verschijnsel dat een eerder geuite cross-gender identificatie of dysforie in de loop van de tijd verdwijnt, met name in pre-puberale cohorten. Zie Desistance-onderzoek.
- Detransitie
- Het terugdraaien van een eerder gemaakte sociale, hormonale of chirurgische transitie. Zie Detransitie en identiteit.
- DSM
- Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders, het Amerikaanse classificatiesysteem. Bevat in DSM-5 de diagnose "gender dysphoria". Zie DSM-classificatie.
- Genderdysforie
- Klinisch significant onbehagen of leed door een discrepantie tussen het ervaren gender en het bij geboorte vastgestelde geslacht. Diagnose volgens DSM-5. Zie Identiteit, expressie en dysforie.
- Genderexpressie
- De manier waarop iemand gender uitdrukt in kleding, gedrag, stem of presentatie. Onderscheiden van genderidentiteit (de interne beleving).
- Genderfluid
- Aanduiding voor mensen wier ervaren gender over tijd of context verschuift. Zie Transgender of genderfluid?.
- Genderidentiteit
- De interne, persoonlijke beleving van het eigen gender. Te onderscheiden van geslacht (biologisch) en genderexpressie (extern).
- Geslacht (sekse)
- Het biologisch onderscheid tussen mannelijk en vrouwelijk op basis van chromosomen, gonaden, hormonen en geslachtsorganen. Zie Sekse en gender.
- ICD
- International Classification of Diseases van de WHO. In ICD-11 is "gender incongruence" verplaatst van geestelijke gezondheid naar een aparte categorie. Zie ICD-classificatie.
- Intersekse
- Verzamelnaam voor aangeboren variaties in geslachtskenmerken (DSD). Niet hetzelfde als transgender. Zie Verschil intersekse.
- Late onset
- Beschrijving van een transgender-profiel waarbij de identificatie pas vanaf puberteit of volwassenheid optreedt. Zie Vroege en late onset.
- Non-binair
- Verzamelterm voor genderidentiteiten die niet (uitsluitend) man of vrouw zijn. Zie Transgender of non-binair?.
- Persistence
- Het verschijnsel dat een vroeg gevormde cross-gender identificatie of dysforie blijft bestaan tot in volwassenheid. Tegenhanger van desistance. Zie Persistence-cijfers.
- Prevalentie
- Het aandeel van een populatie waarbij een bepaalde toestand voorkomt, meestal uitgedrukt per 1.000 of 10.000 personen. Zie Prevalentie Nederland.
- ROGD
- Rapid Onset Gender Dysphoria. Hypothese van Littman (2018) over een sub-populatie van adolescenten bij wie genderdysforie plotseling in puberteit optreedt, mogelijk onder peer-invloed. Zie ROGD.
- Sociale transitie
- Stappen zonder medische ingreep: andere naam, andere voornaamwoorden, kleding en presentatie. Zie Sociale transitie en effect.
- Transgender
- Paraplubegrip voor mensen wier genderidentiteit niet overeenkomt met het bij geboorte vastgestelde geslacht. Zie Wat is transgenderidentiteit?.
- Transseksueel
- Klassieke term (Cauldwell, Benjamin) voor personen die medische transitie ondergaan of nastreven. Tegenwoordig in onbruik geraakt buiten klinische context. Zie Vergelijking transgender en transseksueel.
- Typologie
- Indelingsschema waarmee onderzoekers transgender-presentaties hebben proberen onder te verdelen. Zie Typologieën.
- Vroege onset
- Beschrijving van een transgender-profiel met cross-gender identificatie of dysforie vanaf jonge kindertijd (vóór puberteit). Zie Vroege en late onset.
- WPATH
- World Professional Association for Transgender Health. Internationale beroepsvereniging die Standards of Care publiceert (SOC-8 in 2022). Zie WPATH-geschiedenis.
Mist een term? Mail de redactie — we breiden de lijst regelmatig uit.
Laatst herzien op 16 mei 2026 — Redactie Stichting Genderinfo i.o.