Home › Genderidentiteiten

Genderidentiteiten — overzicht

85 labels die in online en klinische context circuleren, met definitie, herkomst en plaats in de transgender-paraplu.

Korte definitie

Sinds de jaren 2010 is het aantal genderidentiteit-labels in online context sterk gegroeid. Sommige (non-binair, genderfluid, transmasculine, transfeminine) zijn breed gebruikt en in wetenschappelijke literatuur terug te vinden; andere (xenogender, aliagender, novigender, aerogender) zijn vooral in online subcultuur ontstaan, zonder klinische of empirische onderbouwing. Dit overzicht plaatst elk label feitelijk en zonder oordeel — wel met aandacht voor wat de wetenschappelijke literatuur erover zegt of niet zegt.

Hoe te lezen

Een genderidentiteit-label is een zelfbeschrijving van hoe iemand zijn of haar gender ervaart. Dat is iets anders dan een diagnose. Voor de meeste labels op deze pagina geldt:

  • Geen erkenning in DSM, ICD of klinische richtlijnen.
  • Geen specifieke empirische onderbouwing of voorspellingswaarde voor beloop.
  • Definities verschillen tussen bronnen en evolueren snel.
  • Overlap met andere labels is groot.

Tegelijk is een zelfbeschrijving een feit op zich — mensen herkennen zich in een label en gebruiken dat in identiteitsvorming. We beschrijven elk label op die basis: wat de term betekent, waar hij vandaan komt, hoe hij zich verhoudt tot het bredere begrip transgenderidentiteit.

Alfabetisch overzicht (85 labels)

Drie groepen

De 85 labels op deze pagina zijn niet allemaal van dezelfde aard. Het is nuttig drie groepen te onderscheiden:

  1. Klinisch erkende termen (4). Non-binair, genderqueer, genderfluid, en transmasculine/transfeminine worden door klinische literatuur en richtlijnen (WPATH SOC-8, Cass Review) als zelfbeschrijvingen beschreven. Ze hebben overlap met de DSM-5-categorie "gender dysphoria".
  2. Begrippen uit etnografisch of historisch onderzoek (2). Two-spirit komt uit Noord-Amerikaanse inheemse culturen; androgyn uit klassieke filosofie. Deze labels hebben antropologische gronding.
  3. Online ontstane micro-labels (~79). De overgrote meerderheid van de labels op deze lijst komt voort uit Tumblr- en Reddit-communities tussen 2012 en 2018. Ze worden in klinische literatuur niet of nauwelijks beschreven. Subcategorieën zijn de xenogender-varianten (gender geassocieerd met natuur, sterren, dieren, abstracte concepten) en flux-varianten (intensiteit varieert).

Op elke sub-pagina wordt aangegeven tot welke groep een label behoort.

Discussie in onderzoek

De proliferatie van labels sinds ongeveer 2012 wordt in de Cass Review (2024) en de Finse 2020-richtlijn benoemd als een fenomeen dat klinische diagnostiek bemoeilijkt: een jongere kan zich met zes labels achter elkaar identificeren in een korte periode, zonder dat duidelijk is wat dat over een onderliggend ervaringsfeit zegt [1,2]. De aanbeveling is om bij beoordeling het label niet centraal te stellen, maar de ervaring, het leed en de context. Zie ook Social contagion en Online identiteitszoektocht.

Bronnen

  1. Cass H. Independent Review of Gender Identity Services for Children and Young People: Final Report. London: NHS England; 2024.
  2. COHERE Finland. Recommendation on Medical Treatment Methods for Dysphoria Related to Gender Variance in Minors. Helsinki; 2020.
  3. Coleman E, et al. Standards of Care for the Health of Transgender and Gender Diverse People, Version 8. WPATH; 2022.

Laatst herzien op 16 mei 2026 — Redactie Stichting Genderinfo i.o.