Home › Historie › Stoller 1968

Robert Stoller (1968)

Korte definitie

Robert Stoller (1924–1991), Amerikaans psychiater en psychoanalyticus, introduceerde in Sex and Gender (1968) het concept "gender identity" als onderscheiden van biologische "sex". Daarmee bracht hij genderbeleving als zelfstandig psychologisch object in de wetenschappelijke literatuur.

Achtergrond

Robert Stoller (1968) speelde een rol in de wetenschappelijke conceptualisering van transgender-verschijnselen. Het werk is van historisch belang, maar moet worden beoordeeld op de stand van de wetenschap van zijn tijd. De publicaties verschenen in een periode waarin diagnostische precisie en empirische standaarden anders waren dan vandaag, en moeten in die context worden gelezen.

Belangrijkste bijdragen

In Sex and Gender (1968) onderscheidde Stoller sekse (biologisch) van gender (psychologisch en cultureel), en beschreef hij een vroeg gevormde "core gender identity" als het gevoel man of vrouw te zijn, voortkomend uit de anatomie, de houding van ouders en een biologische component (bron).

Methode en context

Stoller baseerde zich op psychoanalytische casusstudies van patiënten aan de University of California in Los Angeles, zonder systematisch vergelijkend onderzoek.

Hedendaagse beoordeling

Zijn onderscheid tussen sekse en gender werd breed overgenomen; zijn psychoanalytische verklaringen van transseksualiteit spelen in de huidige literatuur een kleine rol.

Erfenis

Robert Stoller (1968) blijft een referentiepunt in de literatuur. Het is een onderdeel van een ontwikkellijn die loopt van Hirschfeld (1910) via Benjamin (1966), Stoller (1968) en Blanchard (1989) naar de huidige diagnostische handboeken en richtlijnen. Kennis van deze lijn is voor lezers van het transgenderdebat onmisbaar; hedendaagse claims dat de wetenschap pas in 2020 over transgenderzorg zou gaan, miskennen meer dan honderd jaar voorafgaande klinische literatuur.

Context binnen het transgenderdebat

Dit onderwerp staat niet op zichzelf. De Cass Review (2024), het NICE-evidence-review (2020, 2021), SBU (Zweden, 2022) en COHERE (Finland, 2020) bieden samen het overzicht waarbinnen vrijwel elk thema rond transgenderidentiteit moet worden geplaatst. Hun gezamenlijke conclusie is dat de evidentiebasis voor medische transitiebehandelingen bij minderjarigen zwak is en dat psychosociale zorg eerste lijn moet zijn. Wie alleen naar afzonderlijke studies kijkt, mist deze convergentie van internationale conclusies.

Bronnen

  1. Blanchard R. The classification and labeling of nonhomosexual gender dysphorias. Arch Sex Behav. 1989;18(4):315-34.
  2. Zucker KJ. Adolescents with gender dysphoria: reflections on some contemporary clinical and research issues. Arch Sex Behav. 2019;48(7):1983-92.
  3. American Psychiatric Association. Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders, Fifth Edition, Text Revision (DSM-5-TR). Washington, DC: APA; 2022.
  4. Cass H. Independent Review of Gender Identity Services for Children and Young People: Final Report. London: NHS England; 2024.

Laatst herzien op 17 mei 2026 • Redactie Stichting Genderinfo i.o.