Zeven jaar na de felbevochten introductie van de term rapid-onset gender dysphoria (ROGD) heeft een van de meest aangehaalde klinisch psychologen op dit terrein zich uitgesproken: Kenneth Zucker concludeert in een uitgebreide review in de European Journal of Developmental Psychology dat het bewijs een eigen klinisch beeld rechtvaardigt, en pleit voor formele opname van ROGD in een toekomstige editie van de DSM.

Wat Zucker precies beweert

Zuckers review doorloopt vijf onderdelen: de ontwikkelingspsychologie van genderdysforie, de kenmerken die aan ROGD worden toegeschreven, de kritiek op het concept, het empirische onderzoek naar de leeftijd van aanvang, en een afsluitende conclusie. Die conclusie is onomwonden: er is volgens hem voldoende empirische basis om ROGD te onderscheiden van vroeg-ontstane genderdysforie — een presentatie die vooral bij bij de geboorte als meisje geregistreerde adolescenten voorkomt, zonder voorgeschiedenis van genderonvrede in de kindertijd. Zucker voert aan dat het onderscheid tussen vroeg-ontstaan, laat-ontstaan en snel-ontstaan belangrijke gevolgen heeft voor het begrijpen van oorzaken, van patronen in seksuele oriëntatie en van de kans dat de dysforie weer verdwijnt (desistance).

De voorgeschiedenis: Littman en de kritiek

ROGD werd in 2018 voor het eerst beschreven door Lisa Littman, op basis van 256 vragenlijsten die ouders invulden over hun kinderen. Die studie riep meteen tegenspraak op: critici wezen op de eenzijdige werving via oudergroepen die zelf kritisch stonden tegenover de transitie van hun kind, en op het feit dat de informatie uitsluitend van ouders kwam, niet van de jongeren zelf. Op genderexperts.nl staat een portret van Littman en de aanloop naar haar omstreden publicatie. Een latere, grotere herhaling door Suzanna Diaz en J. Michael Bailey onder 1.655 oudergerapporteerde gevallen kende dezelfde methodologische beperking, maar vond wel vergelijkbare patronen: een ruime meerderheid geboren als meisje, veel gelijktijdige peer-invloed, en psychische klachten die vaak al jaren vóór de genderdysforie speelden.

Waarom een reviewartikel meer gewicht krijgt dan een hypothese

Het verschil tussen 2018 en nu is dat Zucker geen nieuwe dataverzameling presenteert, maar een systematische weging van alle bestaande literatuur — inclusief de methodologische kritiek. Dat type review telt binnen de psychiatrie zwaarder dan één enkele studie, precies omdat het de zwakke punten van de afzonderlijke onderzoeken al verrekent. Deze site heeft al eerder methodologische kritiek op onderzoek naar transgenderidentiteit op een rij gezet; Zuckers review voegt daar een belangrijke nuance aan toe, namelijk dat zwakke afzonderlijke studies samen wél een consistent patroon kunnen opleveren, zonder dat de oorzaak daarmee vaststaat.

Wat dit niet is

Een pleidooi voor DSM-opname is geen opname. De DSM-5 en de ICD-11 kennen ROGD nog niet, en het is uiteindelijk aan de classificatiecommissies — niet aan één auteur — om dat te veranderen. Zucker maakt zelf ook een onderscheid dat in het publieke debat vaak verdwijnt: het gaat hem om het herkennen van een klinisch patroon (laat, snel, zonder voorgeschiedenis), niet om een uitspraak over wát die aanvang veroorzaakt. Wie dit leest als bevestiging dat 'sociale besmetting' de stijgende aanmeldingen verklaart, trekt een conclusie die de review zelf niet trekt. Voor de bredere achtergrond van hoe diagnostische categorieën in dit vakgebied zijn ontstaan en veranderd, zie de geschiedenis van de DSM-classificatie op deze site.

Wat met deze review wél verandert, is het gewicht van de wetenschappelijke twijfel. Waar ROGD tot nu toe vooral werd afgedaan als een term die uit activistische oudergroepen kwam, erkent een gezaghebbend klinisch onderzoeker nu dat de kritiek op die oorsprong iets anders is dan een oordeel over het onderliggende patroon zelf.

Bronnen

Littman, L. (2018). Parent reports of adolescents and young adults perceived to show signs of a rapid onset of gender dysphoria. PLOS ONE, 13(8), e0202330. journals.plos.org.

Stats for Gender (2026). Evidence suggests rapid-onset gender dysphoria may represent a distinct subtype of gender dysphoria — samenvatting van Zucker (2026, European Journal of Developmental Psychology) en Diaz & Bailey (2025, Journal of Open Inquiry in the Behavioral Sciences). statsforgender.org.

Bram Kortekaas

Bram Kortekaas

Redactie

Veelgestelde vragen

Wat is rapid-onset gender dysphoria (ROGD)?

ROGD is de aanduiding voor genderdysforie die zich pas in de adolescentie aandient, zonder voorgeschiedenis van genderonvrede in de kindertijd, en die volgens onderzoekers als Lisa Littman vaak samengaat met gelijktijdige peer-invloed en voorafgaande psychische problematiek.

Is ROGD een erkende diagnose?

Nee. ROGD staat niet in de DSM-5 of ICD-11. Kenneth Zucker beargumenteert in zijn review van 2026 dat de beschikbare evidentie een eigen klinisch beeld rechtvaardigt en pleit voor opname in een toekomstige DSM-editie, maar dat is een aanbeveling, geen vaststaand feit.

Betekent dit dat sociale besmetting bewezen is als verklaring voor de stijgende aanmeldingen?

Nee. Zucker onderscheidt het klinische patroon (late, snelle start zonder voorgeschiedenis) van de verklaring ervoor. Of peer-invloed, sociale media of iets anders de oorzaak is, blijft volgens zijn eigen review onderwerp van onderzoek — het gaat hier om herkenning van een patroon, niet om een verklaringsmodel.