Home › Comorbiditeit › ADHD

Transgenderidentiteit en ADHD

Een minder bekende, maar in onderzoek robust gerepliceerde associatie.

Korte definitie

ADHD (Attention-Deficit/Hyperactivity Disorder) komt vaker voor bij personen met genderdysforie dan in de algemene bevolking. Volgens de Cass Review had gemiddeld 10 procent van de naar genderklinieken verwezen jongeren ADHD, met een spreiding van 2,5 tot 27 procent tussen studies (bron). De associatie is in grote register-studies bevestigd.

Wat het onderzoek laat zien

Warrier et al. (2020) vonden bij meer dan 640.000 personen dat transgender en gender-diverse personen drie tot zes keer zo vaak autistisch waren als cisgender personen, en ook vaker andere neurologische ontwikkelingsstoornissen en psychiatrische diagnoses hadden, waaronder ADHD [1]. Thrower et al. (2020) repliceerden dit beeld in klinische cohorten [2]. De Cass Review vat studies uit negen landen samen [3].

Mogelijke verklaringen

  • Gemeenschappelijke neurodevelopmental basis — ADHD en gender-atypische ontwikkeling delen mogelijk genetische en prenatale invloeden.
  • Impulsiviteit en zelfreflectie — ADHD kan invloed hebben op identiteitsverkenning en impulsieve beslissingen.
  • Stigma en stress — leven met ADHD kan leiden tot algemene psychische klachten die zich rond identiteit organiseren.

Klinische implicaties

Bij screening en assessment wordt aangeraden om ADHD niet alleen als comorbiditeit te benoemen maar ook te overwegen wat het bijdraagt aan zelfconcept en besluitvorming, vooral bij adolescenten [3].

Bronnen

  1. Warrier V, et al. Nat Commun 2020;11:3959.
  2. Thrower E, et al. Prevalence of ASD and ADHD amongst individuals with gender dysphoria. J Autism Dev Disord 2020;50(3):695–706.
  3. Cass H. Independent Review. NHS England; 2024.

Laatst herzien op 16 mei 2026 — Redactie Stichting Genderinfo i.o.